De Gezondheidsraad beveelt een hoeveelheid voedingsvezels van 3,4 g/MJ per dag. Dit komt overeen met een dagelijkse vezelinname van 30-40 gram. Slechts 5-10% van de Nederlanders haalt deze aanbeveling. Tijd en aandacht voor vezels dus!
Wat zijn vezels?
Voedingsvezels zijn voor de mens onverteerbare plantaardige stoffen. De spijsverteringsenzymen in het maagdarmkanaal zijn niet in staat om deze vezels te verteren. Het grootste deel van de geconsumeerde vezels, zo’n 70-80%, worden afgebroken door bacteriën in de dikke darm.
Rijk aan voedingsvezels zijn: volle graanproducten, groenten, fruit, peulvruchten, noten en zaden.
Er wordt onderscheid gemaakt tussen twee soorten vezels: oplosbare en onoplosbare vezels.
Oplosbare en onoplosbare vezels
In onze voeding komt vaak een combinatie van beide soorten vezels voor. Toch is er doorgaans één soort vezel die overheerst in een product. Zo komen oplosbare voedingsvezels met name voor in groenten, fruit en peulvruchten. Deze vezels worden gefermenteerd door bacteriën in de dikke darm.
Onoplosbare voedingsvezels komen met name voor in volle graanproducten en in mindere mate in groenten en fruit. Deze vezels komen onverteerd in de dikke darm terecht.
Vezels en gezondheid
Voedingsvezels hebben gunstige effecten op allerlei fysiologische processen:
- Versnellen de passage van voedsel.
- Verlagen de concentratie LDL-cholesterol in het bloed.
- Hebben een positief effect op de glucose- en insulineconcentraties in het bloed
Volle granen, een vezelrijke voedingsbron!

Volle granen zijn door en door gezond!
Van buiten de zemel en het vezelrijke vliesje van de graankorrel, en van binnen belangrijke voedingsstoffen zoals ijzer, B-vitamines en vitamine E. Volle graanproducten zijn de basis voor een gezonde voeding.
Een sneetje roggebrood bevat 2,5 keer zoveel vezels als een volkoren boterham.

Volg ons op: